Estland is de meest noordelijke en kleinste van de drie Baltische staten. Hoewel het land iets groter is dan Nederland zijn er slechts 1.3 miljoen inwoners. Ongeveer 400.000 hiervan wonen in de hoofdstad Tallinn. Verder zijn er een wat kleinere steden. Met name het platteland is zeer dun bevolkt.
Een belangrijke economische sector is de informatietechnologie. Skype is in Estland ontwikkeld en het was het eerste land waar via internet kon worden gestemd. Het is mogelijk om zonder extra hulpmiddelen overal in het land, zelfs in de meest afgelegen bossen, toegang te hebben tot internet.
De hoofdstad Tallinn is een moderne stad met een fraaie historische binnenstad. In het hele land ligt een moderne infrastructuur en het openbaar vervoer (tram, bus, trein) is goed georganiseerd.
Er zijn veel meren en eilanden en ruim de helft van het land is begroeid met bos. Door de grote diversiteit aan bodemsoorten zijn er veel bos- en vegetatietypen. We kunnen hier soorten aantreffen welke typisch zijn voor de Siberische taiga maar ook veel planten die we uit West Europese kennen zijn hier aanwezig. Een groot aantal zeldzame en bedreigde soorten van planten en dieren overleven hier.
Aansprekende vogelsoorten die hier vrij algemeen voorkomen zijn: zeearend, steenarend, visarend, auerhoen, korhoen, zwarte ooievaar, kraanvogel, vele soorten spechten en uilen. Verder zijn de zoogdieren bruine beer, wolf, lynx, eland en wasbeerhond op vele plaatsen waar te nemen. De bruine beer komt hier in relatief grote aantallen voor. De populaties uit de Karpaten (Roemenië) en de Estse zijn de grootste van Europa.
In Estland leeft ook de in onze streken onbekende vliegende eekhoorn (Pteromys volans). Dit is een aan de in West Europa levende rode eekhoorn verwante soort. In tegenstelling tot wat de naam suggereert kan dit dier niet vliegen maar zweven doordat een membraam de voor- en achterpoten met elkaar verbindt. Ze kunnen op deze manier afstanden tot maximaal 50 meter tussen twee bomen overbruggen. De verspreiding is beperkt tot Finland, Estland, Europees Rusland en Siberië. Ze leven in holle bomen, bijvoorbeeld in oude spechtenholen. Dit is de reden waarom in productiebossen de stand doorgaans erg laag is of ze geheel zijn verdwenen.
Om de biodiversiteit in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren is men al lang geleden begonnen met het aanwijzen en beheren van natuurparken, nationale parken en landschapsparken. De belangrijkste hiervan zijn:
Soomaa Nationaal Park (39.000 ha) in het zuidwesten. De belangrijkste kenmerken hiervan zijn de aanwezigheid van hoogveen moerassen (peat-bogs) en de jaarlijkse grootschalige overstroming doordat in dit laaggelegen gebied drie riviertjes bij elkaar komen die het overvloedige smeltwater in het voorjaar niet snel genoeg kunnen afvoeren. De waterstand kan dan in korte tijd meters stijgen.
Lahemaa Nationaal park (72.500 ha) in het noorden. Dit is een afwisselend gebied met veel bossen, hoogveengebieden, brakke meren en alvars, niet beboste terreinen met een kalksteenondergrond.
Matsalu Nationaal park (48.600 ha) in het westen aan de kust. Door de gunstige ligging is dit een belangrijk gebied voor vele kustvogels, eenden, ganzen en steltlopers. Verder leeft hier een relatief groot aantal zeearenden en zijn er ook vele zeldzame plantensoorten aanwezig.
Alutaguse is het grootste bosgebied van Estland. Het bestrijkt ongeveer het gehele noordoosten van het land. In het gebied liggen grote stukken veenmoeras. Deze regio herbergt de meeste bruine beren van het land. Hier leven ook de meeste vliegende eekhoorns, korhoenders, auerhoenders en grote predatoren als visotters, wolven en lynxen.

Wat verder opvalt op het platteland, in het bijzonder in de nationale parken, is de stilte. Ook de vrijwel totale afwezigheid van horizonvervuiling als hoogspanningsmasten en hoogbouw geeft een extra accent aan deze gebieden.